` Kaat Mossel – Geschiedenis

Van mosselkotter tot recreatievaartuig

1926 – 1984

De huidige "Kaat Mossel" werd gebouwd in 1926 bij scheepswerf Amels in Makkum, waar tegenwoordig alleen nog mega-jachten worden gebouwd. De toenmalige en eerste eigenaar was Simon Wagemaker. Het schip werd gedoopt "Maria", naar zijn oudste dochter (geboren in 1922). Maria van Zweeden-Wagemaker woont tegenwoordig in den Haag en is in 2001 aan boord van Kaat Mossel geweest; voor het eerst na meer dan 50 jaar was ze op "Vader's skuut".

Vanaf 1927 heeft de "Maria" op mosselen gevist vanuit Wieringen onder het visserijteken WR139. De mosselen werden voornamelijk verkocht aan de eendenfokkerijen in Zaandam. Tussendoor werd ook op ansjovis en haring gevist.

In 1947 kocht AJ (Appa (Bru's voor opa) Bram) van den Berg in Bruinisse het schip en bracht het in de firma “van den Berg-Gideonse” in, een bedrijf voor de kweek en verkoop van oesters en mosselen, dat al in 1844 was gesticht. Hij noemde het schip “Koos” naar zijn jongste dochter Jacoba.

Zijn zoon David, genoemd naar een broer van de vrouw van Appa Bram, Janna Marina Toussaint, gebruikte het schip als mosselkotter onder het visserijnummer BRU 21. Het schip voer regelmatig heen en weer tussen de Zeeuwse wateren en de Waddenzee, ook regelmatig over de Noordzee als het rustig weer was, hoewel dit eigenlijk niet mocht. De "Koos" stond bekend als de Zilverboot vanwege haar aluminiumkleur, en maakte regelmatig recordtijden naar de Waddenzee.

Bij de stormvloed in 1953 bleef Bruinisse relatief gespaard. Een deel van de familie kon via de Slaakdam naar Steenbergen vluchten. Appa Bram van den Berg nam de rest van de familie aan boord van de "Koos" en voer via de Eendracht naar Bergen op Zoom. Daar verbleef de familie een paar weken bij vrienden tot het in Bruinisse weer veilig was.

Appa Bram van den Berg was de eerste rentmeester van de Gravin de Chambure-Cuypers (de laatste particuliere eigenares van het buiten de Mattenburgh in Bergen op Zoom ). David volgde hem in 1960 op en gebruikte de Koos niet meer. Het schip bleef ongebruikt in de haven van Bruinisse liggen tot 1968.

In 1968 kocht Arnout Louws het schip en voer er een jaar mee als smokkelaar van sigaretten. Hij had het schip geregistreerd onder het visserijteken VLI 2.

In 1969 kochten kochten PW van Hoeve en RH Barents het schip en doopten haar om tot "Kaat Mossel". Ze werd verbouwd tot een comfortabel recreatievaartuig waar vele jaren door de twee familie's mee werd gevaren in alle beschikbare vrije tijd. Vaargebieden waren Nederlandse en Duitse Waddenzee, Zeeland en Denemarken.

Voor het geven van een naam is in 1969 door Barents en van Hoeve een wedstrijd uitgeschreven. Deze werd gewonnen door Geeske's vader. Hij bracht de naam "KAAT MOSSEL" in en won daarmee de prijs: één fles whisky!

De Maria, 1939


Simon Wagemaker & Maria, 1940


Bram en Janna Marina van den Berg-Toussaint


Koos van den Berg


Katseveer, 1965


Hellevoet, 1970


1985 met GE collega's


Tholen, 1997

 

Wie was Kaat Mossel?

Kaat Mossel was de bijnaam van Catharina (Caetje) Mulder, die leefde van 25-3-1723 tot 29-6-1798. Zij was mosselenverkoopster en later keurvrouw voor de mosselen in Rotterdam. Zij werd bekend door haar felle Oranjegezindheid in de periode van de heftige onlusten tussen de patriotten en de Oranje-gezinden. Op 31-8-1784 werd ze door het stadsbestuur van Rotterdam gevangen gezet. Bilderdijk was haar advocaat. Hij gaf veel ruchtbaarheid aan haar zaak en kon haar naar Den Haag laten overbrengen. Na de restauratie van het stadhouderschap in 1787 werd ze in vrijheid gesteld en ging ze terug naar Rotterdam om haar oude beroep weer op te nemen. In Rotterdam staat er een standbeeld van Kaat Mossel. Voor meer gegevens zie o.a. website engelfriet.net en het boekje "Kaat. Keet en de Keten" geschreven door K van Baardewijk, een nazaat van Kaat Mossel (isbn 90-71097-11-0).

1984 – heden

In 1986 werd P.W. van Hoeve enig eigenaar. R Barents bleef voortdurend betrokken bij alle technische aangelegenheden. Het vaargebied werd uitgebreid tot de Noordzee, Engeland, Polen en Zweden.

Van juli 1995 tot mei 1996 werd een complete restauratie van casco en interieur uitgevoerd. In de 2e helft van 2002 is de machinekamer totaal vernieuwd inclusief een nieuwe motor en generator.

In de jaren na 2003 werden gedurende vele maanden tochten gemaakt door de Oostzee, Noordzee en Middellandse Zee naar België, Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Finland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Monaco, Spanje, Italië, Oostenrijk, Slowakije, Hongarije en Rusland.Klik hier om er meer over te lezen

In oktober 2004 wordt na een speurtocht van ettelijke jaren definifief bouwjaar en -plaats van Kaat vastgesteld: 1926 bij Scheepswerf Amels in Makkum.

Bouwjaar

Waarom was het bouwjaar een probleem? Van David van den Berg, eigenaar van 1947 tot 1968 hadden we gehoord dat het schip gebouwd was in 1923 in Enkhuizen. Ook in het scheepskadaster stond dat vermeld. Bijna 30 jaar was dat voor ons een zekerheid.
In 1999 ontmoette ik op het world wide web Jaap van Zweeden, de kleinzoon van Simon Wagemaker, de eerste eigenaar van Kaat. Hij was uitermate geinteresseerd in de geschiedenis van het schip. Gezamelijk probeerden we meer te weten te komen over de tijd dat zijn grootvader met het schip voer. Zo vonden we een bouwlijst van de scheepswerf in Enkhuizen waar Kaat gebouwd zou zijn. Inderdaad was er in 1923 een schip voor S Wagemaker gebouwd, maar de afmetingen waren totaal verschillend en dus werd het onwaarschijnlijk dat ze in Enkhuizen was gebouwd.
Tijdens een bezoek aan Wieringen in 2000 bezochten we Tinus Halfweegs. Hij was toen 95 jaar en had nog samen met Simon Wagemaker gevist. Hij zei zeker te weten dat Kaat bij Amels in Makkum was gebouwd en niet in 1923, maar in 1926 of 1927.
Het werd dus steeds zekerder dat in de afgelopen decennia 2 schepen van Simon Wagemaker door elkaar zijn gehaald: de WR 67 gebouwd in 1923 in Enkhuizen en de WR 139 gebouwd in 1926 in Makkum. Maar we wilden 100% zekerheid hebben.
Bij verdere speurtochten (voornamelijk op internet) vond Jaap van Zweeden bij het Visserijmuseum in Vlaardingen een kopie van de vroegere visserij registratie- formulieren. Daarin stond over de WR 139 dat ze in 1927 in Makkum was gebouwd. Een bezoek in 2000 aan de nog steeds bestaande werf Amels, die nu alleen nog mega-jachten bouwt, leverde niets op omdat ze alle oude archieven hadden vernietigd. Wat een schande!!
Tijdens ons bezoek aan Makkum september 2004 bezochten we de Heer D Amels, één van de vroegere eigenaars van de scheepswerf Amels. Hij zei in zijn archief nog veel oude gegevens te hebben en beloofde tzt daarin naar ons schip te zullen zoeken. Ook de Heer Gielstra, voorzitter van de historische Vereniging Makkum, waarmee we ook in 2000 contact hadden, zegde toe verder te zoeken. Maar het doorslaggevende gesprek had Geeske met een visser in de vissershaven van Makkum. Hij verwees ons naar het Scheepvaartmuseum in Sneek. Van hen kregen we een kopie van een oude bouwlijst van de scheepswerf Amels, waar heel duidelijk op vermeld staat dat de WR 139 in 1926 is gebouwd. Het was in dat jaar het laatst gebouwde schip. De eerste visserijregistratie vindt plaats op 22-1-1927 als WR 139.

Foto's van nu: buitenkant





 

Foto's van nu: binnenkant