Grenzen Tour - Etappe 1

Het voorspel

Om een aantal redenen hebben we de Grenzen Toer 2006 aanzienlijk moeten wijzigen. Het eerste deel blijft hetzelfde. Maar vanaf eind mei is de route geheel gewijzigd. We gaan dan eerst naar Denemarken en Zweden en pas half augustus naar Bornholm en Berlijn.

Een van de voordelen is dat we op het laatste moment de route kunnen veranderen om naar de finish van de Volvo Ocean Race in Gteborg te gaan als Studio Sport ons dat vraagt. Kaat is dan het Studio Sport schip. (Jullie kijken toch wel allemaal naar Studio Sport verslag van de Volvo Ocean Race op zondagmiddag? Productie Ayolt Kloosterboer. Vorige race deed Willemien mee, deze keer doet Ayolt verslag!)

De revisie van het stuurmechaniek is met wat hindernissen verlopen en ook nog niet 100% volledig. Met nog een paar oude onderdelen is alles vorige week in elkaar gezet. De proefvaart is goed verlopen en we kunnen over een week beginnen aan het eerste deel van de Toer: 6 weken door Belgische en Franse kanalen, daarna de Moezel en de Rijn stroom af. De revisie zal worden afgemaakt in de periode dat Kaat stil ligt tussen eind april en 21 mei. Om die reden blijven we niet in Duisburg liggen, maar varen terug naar Tholen.

Nog een drukke week staat ons te wachten. Er moet nog veel aan boord worden gebracht en er wachten nog een paar klusjes. We verheugen ons op het vertrek zaterdag 11 maart. We hebben net gehoord dat het vanaf dan een bijzonder warm en zonnig voorjaar wordt.

Tholen - Namen

Zaterdag 11 maart begint de GRENZEN TOER 2006. Niet helemaal het weer dat was besproken, want het sneeuwt net niet, maar het is 3 graden en een snijdende N-wind. We passeren de eerste grens: Nederland-Belgi. In de Antwerpse haven tanken we diesel en varen dan naar de jachthaven Willemdok. Als we daar aanleggen sneeuwt het wel. Dus blijven we lekker op ons warme bootje en gaan niet in de stad uit eten.

Met prachtig zonnig vriesweer varen we weer terug door de Antwerpse haven, gaan door de van Cauwelaertsluis en varen de Schelde op tot Rupelmonde waar we het Zeekanaal Rupel-Brussel invaren. Door zo hard als we kunnen achter een vrachtschip aan te varen zijn we ruim voor de zondags sluitingstijd van het kanaal in Brussel. Hier blijven we 2 dagen liggen en bekijken een deel van Brussel. Marie Claire en Guido Schruers komen hier ook naar toe. Zij willen dol graag het hellend vlak van Ronquires zien.

Dinsdag 14 varen we dwars door Brussel en komen in het Kanaal Brussel-Charleroi. Na de eerste 4 sluizen overnachten we in Halle. Volgende dag passeren we weer een grens: Vlaanderen-Walloni. Nog 2 sluizen en het hellend vlak van Ronquires. In een grote bak water wordt je 1500 m vooruit en 67 m omhoog gesleept. Na een half uurtje ben je boven en gaan de deuren weer open. Een echte belevenis. Boven ben je op 121 m hoogte, de hoogste vaarweg van Belgi. Marie Claire en Guido gaan van hier met de bus terug naar Hasselt en wij overnachten direct na het vlak.

Daarna varen we in 1 dag door tot Sambreville. Charleroi is vanaf het kanaal en vanaf de Sambre een onaantrekkelijke stad en het water is er erg vies. Vrijdag 17 komen we in Namen. We hebben een prachtige ligplaats tegenover het Casino en hier blijven we een paar dagen liggen.

 

Namen - Toul

Zondag 19 maart varen we van Namen naar Dinant. In de loop van de dag wordt het prachtig weer. Nog steeds vrij koud, maar op het terras van het Leffe-caf lijkt het voorjaar.

Maandag van Dinant naar de eerste plaats in Frankrijk: Givet. We passeren de volgende grens van onze Grenzentoer. In Givet betalen we in de eerste Franse sluis voor het Vaarvignet op de Franse wateren. Het begin is niet zo best want we horen dat er een stremming is die een paar dagen zal duren. We liggen dan ook in Givet tot donderdag 23. Dan gaat het verder: 9 sluizen en een tunnel van 600 meter.

Het is behoorlijk lastig om door kleine en smalle sluizen en tunnel te varen. Na een paar keer behoorlijk klunzen, vinden we een aardige manier: aan 1 voorspring vastmaken en het schip een beetje dwars in de sluis leggen. Dat wordt verder de standaard procedure in alle volgende sluizen.

Donderdag naar Revin met nog een tunnel. Vrijdag naar Charleville en zaterdag naar Mouzon. Daar liggen we nu.in een klein plaatsje aan de Maas, zo'n 120 km in Frankrijk.

Zondag nacht 26 maart wordt het zomertijd en moeten we de klok een uur vooruit zetten. We zijn zo ver weg van de normale wereld, dat we dat bijna vergeten. Marloes en Rolph helpen ons gelukkig herinneren want die ochtend hebben we om 10 uur bij de eerste sluis afgesproken. En de sluisbediening is hier zo akelig correct dat het een ramp zou zijn als we een uur te laat waren.

In 3 dagen varen we naar Dun, Verdun en Commercy door het prachtige glooiende landschap van de Maas. We hadden eigenlijk naar St Mihiel gewild, maar we werden gewaarschuwd dat de waterstand van de Maas zo hoog was dat er misschien morgen een stremming van alle sluizen tot Commercy zou komen. Dus scheuren we verder met een snelheid veel hoger dan de toegelaten 6 km/uur. Bijna liep het nog fout omdat we achter een Belgische peniche kwamen die stapvoets voer. Maar hij was zo vriendelijk ons te laten passeren zodat we net Commercy haalden voor de sluiting van de bedieningstijd van 19 uur. In Commercy bekijken we de volgende dag het kasteel gebouwd door de Poolse koning Stanislav, die ook herog van Lotaringen was geworden door zijn dochter met Lodewijk XV te laten trouwen. Interessant omdat we over een paar maanden weer in Polen hopen te zijn.

Van Commercy gaat het naar het einde van het Canal de l'Est en varen we een stukje Canal de Marne au Rhin. We zijn hier op het hoogste punt van deze reis: 243 m. Dat is goed aan de barometer te zien. Die is zo'n 30 hP lager dan op zeeniveau. 974 hP. Van Pagny varen we door de derde en laatste tunnel van 850 m lang en dan gaat het razendsnel in 12 sluizen 35 m naar beneden, naar Toul, het zuidelijkste punt van deze reis. Ook het zuidelijkste punt waar Kaat ooit was.

Een "Peniche", of "Freycinet", of "trente huit" is de standaard voor de vrachtschepen die in de Franse kanalen varen. Het merendeel van deze kanalen is gemaakt aan het eind van de 19e eeuw. Freycinet was in 1878 en 1879 een vooruitstrevend minister van openbare werken die een uitgebreid kanalen-net in heel Frankrijk liet aanleggen. Hij paste oude, in de tijd van Napoleon gemaakte, kanalen aan en liet veel nieuwe kanalen maken, zoals het Canal de l'Est (de gekanaliseerde Maas) dat wij net gevaren hebben. De standaard afmeting van alle sluizen was 40x5.1 m. Speciaal daarvoor werden veel, voor die tijd heel grote, schepen van 38x5.05 m gebouwd. Veel van die sluizen bestaan nog steeds. Helaas kan tegenwoordig met een schip van die afmetingen nauwelijks meer economisch rendabel worden gevaren. Daardoor is de vrachtvaart op deze kanalen vrijwel verdwenen. Wij zagen in totaal op deze reis 2 peniches varen. In het seizoen is de pleziervaart hiervoor in de plaats gekomen, maar die is nu nog niet op gang gekomen. We voelen ons daarom zo nu en dan alleen op de wereld.

n van de problemen van zo vroeg in het jaar varen is dat alle jachthavens nog gesloten zijn. Dat betekent geen walstroom en geen drinkwater. Electriciteit is geen probleem, want met de generator een aantal uren per dag aan, blijven de accu's voldoende opgeladen. Maar drinkwater hebben we absoluut 1x per week nodig. Gelukkig is er op een aantal sluizen wel drinkwater te krijgen, dus een echt probleem hadden we nog net niet.

Dit is het einde van de eerste etappe van de Grenzen Toer. We hebben nu 675 km gevaren, 104 sluizen achter ons en nog maar 30 voor ons. Het weer was uiterst afwisselend. De eerste week erg koud, maar prachtig weer. Daarna wel warmer, maar ook erg veel natter. De lente hebben we nog niet gezien. Aan boord is het met de verwarming heerlijk warm en knus.

De route