Grenzen Tour - Etappe 5

Stockholm Berlijn

Donderdag 13 juli varen we van Stockholm voor de 2e keer door de Baggenstket. In het Vaxholm museum hebben we geleerd dat dit van oudsher 1 van de 3 toegangen was tot Stockholm. Heel smal en gemakkelijk te verdedigen. In 1719 werden de Russen hier dan ook verslagen toen ze probeerden Stockholm te veroveren. Smal en ondiep is het nog altijd. Als we er door varen ontstaat een file van kleine bootjes achter ons.

14 juli varen we van de ene mooie ankerplaats naar de andere. Het weer is al weer zo mooi dat we zon hebben van zonsopgang tot -ondergang: nog steeds zo'n 18 uur. En dat met heerlijke temperaturen van rond de 24 grC. Uit Nederland horen we allerlei afschuwelijke verhalen van meer dan 30 gr.

Zaterdag 15 juli: mijn moeder zou105 jaar zijn geworden. Realistischer: Tjaart wordt 2 jaar. We zijn in Nynasshamn; precies de haven waar we 2 jaar geleden hoorden dat hij was geboren! Wat een wonder toch: zo'n piepklein ding dat nu al weer rondloopt en de wereld verkent.

In het scherengebied van Nynasshamn komen we door een paar heel kleine doorsteekjes. Het meest spectaculair is het Dragetkanaal. Bij de Zweedse navigatie-waarschuwingen hadden we al een paar dagen gehoord dat er een groene boei ontbrak en dat je die vooral niet moest verwarren met de volgende die er nog wel lag. Goede waarschuwing, want anders waren we zeker aan de grond gelopen. En hier betekent aan de grond lopen keihard op een rots varen. Naar de navigatie waarschuwingen luisteren is hier dus echt nuttig. Daarna kwam het Dragetkanaal: ongeveer 500 meter lang met een paar bochten er in en zo'n 5.5 m breed. Iets meer dan een halve meter aan ieder kant van waar de rotsen ons vriendelijk toelachten. Dit was het smalste kanaal waar Kaat ooit doorvoer!

Via Arksund en weer een mooie ankerplaats komen we in Vstervik. Van hier willen we naar het eiland Gotland midden in de Oostzee, maar de wind is te hard en vooral de deining veel te hoog naar onze zin. Dus varen we in paats daarvan naar het Noordelijkste puntje van het andere Zweedse eiland in de Oostzee: land, waar we al een paar keer waren. Een prachtige baai aan het einde van de wereld met de exotische naam Grankullaviken waar we ankeren. We doen van hier nog een vergeefse poging naar Gotland te varen. Deining van 1 meter doet ons besluiten na een uurtje terug te varen naar onze ankerplaats.

Zaterdag 22 juli is er weinig wind en in 7 uur varen we naar Visby, de hoofdstad van het eiland Gotland. We vinden het een enorm succes dat het gelukt is hier te komen. We vieren het met champagne. We maken een eerste wandeling rond de stad. Dit is een prachtige oude Hanzestad, waarvan de 3.5 km lang stadsmuur geheel bewaard is gebleven. Gedeeltelijk langs de zee en met de intussen weer fel schijnende zon maakt het een mediterrane indruk.

We blijven 3 dagen liggen in Visby. We fietsen veel rond en bekijken uitgebreid deze prachtig bewaard gebleven Hanzestad. Aan het eind van de Hanzetijd en een paar eeuwen daarna was Gotland bijzonder arm. Daarom was er weinig activiteit en reden noch geld om de intussen in slechte staat verkerende stadsmuur en ruines van kerken af te breken. Pas midden 20e eeuw begon men geleidelijk de stad te restaureren en toeristen aan te trekken. Intussen is Visby een Unesco Wereld Erfgoed.

De eerste 2 dagen liggen we op een rustige plaats in een achteraf haven van Visby. Dat is enerzijds prettig omdat de hoofdhaven een verzamelplaats is van juppen met grote speedboten met enorme geluidsinstallaties die voortdurend over de haven dreunen (net zoiets als Skagen); anderzijds is het jammer omdat het uitzicht bijzonder suf is op een grote silo. De tweede avond komt de havenmeester ons "verblijden" met de mededeling dat we wegmoeten. Als alternatief krijgen we een mooie rustige ligplaats met uitzicht op de drukke haven en de mooie stad. Maar ieder voordeel heb z'n nadeel: we liggen vlakbij de veerbootsteiger en iedere keer als er n aankomt of vertrekt is het een enorm kabaal.

We overwegen lang om nog een paar andere havens van Gotland te bezoeken, maar we besluiten gebruik te maken van het mooie weer en dinsdagmiddag 25 juli varen we terug van Visby naar Grankullaviken, de baai aan de N-kant van land. Bijna even rustig als de heenreis naar Gotland, maar halverwege steekt de wind een beetje op en komen er wat golven. Het blijft gelukkig allemaal redelijk binnen de perken.

Van N-land varen we met een anker-tussenstop naar dezuidelijkste haven van land: Grnhgen. We waren hier al in 2003 samen met de Odrecht en met onze Haagse/Voorburgse vrienden. We liggen er 2 dagen en fietsen naar de Eketorp burcht. Op de plaats van een burcht uit het IJzertijdperk is een reconstructie gemaakt voor de helft van deze burcht en voor de andere helft van een burcht op dezelfde plaats uit de Middeleeuwen. Heel mooi gedaan. De burcht muur is geheel gereconstrueerd voor een deel uit de stenen van de oude muur. Om te laten zien hoe het er uitzag toen ze aan de reconstructie begonnen, is een deel van de muur gelaten zoals aangetroffen in 1964.

Zaterdag 29 juli varen we van Grnhgen op land naar het laatste en zuidelijkste scherengebied. Het is een beetje ruige trip omdat er om onduidelijke reden nogal wat deining staat. Eenmaal tussen de scheren is het rustig en varen we naar Karlskrona, van ouds her een marinehaven. In de jachthaven vinden we met enige moeite een plaats waar we net inpassen. Met een flitsende aktie leggen we er aan en krijgen applaus van de omstanders. We bezoeken het Marine Museum. Aardig, maar ze kunnen nog een puntje zuigen aan het museum in Vaxholm.

Na Karlskrona vinden we een een ankerplaats waar je denkt alleen op de wereld te zijn, hoewel het nog net hoogseizoen vakantie is. Maandag 31 juli varen we door een bloedstollend smal en ondiep doorsteekje naar de allerlaatste scheren vlakbij Karlshamm. We varen verder naar het kleine eiland Han. In de haven blijkt er voor ons geen plaats. Razendsnel moeten we weer weg want er komt een veerboot aan. Buiten blijven we op de rede liggen en bellen de havenmeester op. Hij regelt een plaats voor ons net achter de veerboot. Deze havenmeester stelt er een eer in aan alle schepen een plaats te bieden. Het betekent wel dat we een aantal buren krijgen. Allemaal brave mensen die geen herrie maken en hun best doen zachtjes over ons dek te lopen.

Van Han naar Simrishamn. Hier liggen we 2 dagen en ontvangen Palle en Vibeke. We hebben een heel gezellige en ook emotionele dag met een heerlijk diner in de Hotel Krog aan de haven.

Donderdag 3 augustus nemen we afscheid van Palle en Vibeke. Een paar uur later gaan we varen naar Bornholm. De variabele wind blijft matig, maar de deining is indrukwekkend. Voor het eerst schuiven beneden boeken van de tafel. We zijn kennelijk zo langzamerhand behoorlijk "ingeslingerd" want we vinden het niet echt vervelend. We gaan naar Hasle, waar we op de dag af 9 jaar geleden met Magda en Joop waren. We kiezen er voor niet de volgende dag vroeg, voor de voorspelde NO storm, te gaan varen. Dat betekent dat we een aantal dagen hier zullen liggen. De vrijdag gebruik ik voor een aantal noodzakelijke klussen, terwijl Geeske de excursies voor de komende dagen voorbereidt. Het is de hele dag nog prachtig warm en zonnig weer. Maar terwijl ik dit rond middernacht zit te schrijven is er een zwaar onweer, waarschijnlijk het begin van de voorspelde storm.

Van 4 tot 8 augustus liggen we in Hasle. We zijn echte toeristen en trekken het eiland over met bus, fiets en lopend. We bezoeken onder andere in Aakirkeby het geologisch museum "Natur Bornholm". Een tijdreis door 2 miljard jaar. Het museum is gebouwd op een breuk in het eiland. Aan de ene kant is het 500 miljoen jaar oud, aan de andere kant 1.7 miljard jaar. Geeske overbrugt dus 1.2 miljard jaar als ze met haar ene been in het en en met haar andere been in het andere gebied staat. We maken ook een 4 uur durende schitterende wandeling langs de kust van Vang naar Hasle. Het eerste stuk is door het rotsige gebied, klimmen en dalen langs een heel smal paadje langs steile afgronden. Ik bewonder Geeske met haar hoogtevrees. Alleen daal ik nog langs steile trappen af naar Jons Kapel, waar rond 1100 ene monnik Jon de Bornholmers over de zegeningen van het Christendom vertelde. 200 treden naar beneden en dan weer omhoog. Ook nog een fietstocht naar het kustgebied zuid van Hasle, waar ooit steenkool werd gewonnen. Er rest een enorm meer waar ooit de groeve was.

Dinsdag 8 augustus vinden we dat we genoeg van Bornholm hebben gezien en bovendien lijkt het weerbericht gunstig. We vertrekken dus vroeg voor een lange oversteek naar Rgen. Weliswaar is er weinig wind, maar er staat nog een deining van rond de 1 meter. En dat 9 uur lang zien we niet zitten. Dus na een uur besluiten we naar Rnne, de meest zuidelijke haven van Bornholm te gaan. Het is ook de grootste haven met heel veel vracht- en veerschepen. Dus melden we ons keurig met de marifoon voor toestemming om de haven in te varen en om een ligplaats aangewezen te krijgen. We hebben een heel rustige dag waarbij we voornamelijk in het zonnetje zitten. Want het weer blijft maar prachtig.

Woensdag is er nog minder wind en eenmaal op zee blijken de golven ook veel minder te zijn. Dus op naar Sassnitz op Rgen. 52 mijl en ruim 8 uur varen. De eerste 6 uur zijn probleemloos over een vrijwel blakke zee met een lekker zonnetje. Dan zet de wind een beetje door en wordt de deining geleidelijk hoger. De lucht wordt donker, daarna vrijwel zwart. We zien tot 2 keer toe een windhoos ontstaan. Op de radar zien we dat die 10 mijl weg is. Het is behoorlijk bedreigend en we bedenken ons wat we gaan doen als de windhoos dichterbij komt. Gelukkig komt het niet zo ver. Wel gaat het een tijdje hozen van de regen, maar veel meer wind komt er niet uit de bui. Wel opeens uit een heel andere richting.Als we een uurtje later in Sassnitz aan leggen schijnt het zonnetje al weer. We zijn heel blij deze lastige en lange oversteek achter ons te hebben.

De dag daarna nog steeds heel behoorlijk weer en vrij weinig wind. We besluiten daarom buitenom Rgen te varen en de witte krijtrotsen te bekijken. Een toeristische attractie die we nog nooit zagen. Langs de 150 meter hoge Knigsstuhl en de 50 meter hoge Kap Arkona. Het is echt de moeite waard. Daarna gaat het natuurlijk weer wat waaien en komen er weer golven, maar eenmaal in de beschutting van het eiland Hiddensee wordt het rustg. We vinden zo waar een ligplaats in Vitte op Hiddensee. Toen we in 1992, 3 jar na de Wende, hier voor het eerst waren was het overal nog rustig. Nu is het 1 groot toeristisch circus, een soort Volendam. Overigens naast deze negatieve kant is er erg veel in positieve zin veranderd in dit gebied van de vroegere DDR. De meeste grauwe bouwvallen zijn gerestaureerd of gesloopt en vervangen door aardige nieuwbouw. Zelfs in de buitenwijken zijn de meeste DDR flats voorzien van een nieuw dak en een fleurig kleurtje. Trabantjes zijn er niet meer behalve bij een enkele liefhebber van oldtimers. De meeste wegen bestaan niet meer uit kinderkopjes, waar fietsen totaal onmogelijk is. En het allergrootste verschil...... De mensen kijken je aan als je naar hen kijkt. Dat was wat ons in 1992 het meest verbijsterde: niemand keek je aan. Iedereen keek weg als je hen aankeek.

Van Vitte voeren we naar een prachtige ankerplaats waar we in 1992 ook al waren met Magda. Van daar naar Wieck waar we ook al eerder waren, maar nog nooit voeren we van daar door de prachtige "nederlandse" klapbrug naar de oude hanzestad Greifswald. We hebben een prachtige ligplaats in de museumhaven en de havenmeester vertelt ons dat we er 10 dagen gratis mogen liggen. Dat doen we niet want we gaan de volgende ochtend, vandaag 13 augustus, al weer verder. Naar ckermnde. Laatste stop voor Polen waar we morgen naar toe gaan.

Maandag 14 augustus varen we van ckermnde naar Wolin in Polen. De grensovergang is een stuk makkelijker dan de pre-EU tijd, maar we moeten nog altijd 3 uur omvaren naar Trzebiez om in te klaren. De volgende ochtend wordt de brug bij Wolin om 8 uur bediend ondanks het feit dat het een feestdag is in Polen. In Kamien Pomorski is het zo koud dat we voor het eerst sinds 2 maanden de cv aanmaken, maar na een uur stijgt de temperatuur tot boven de 20 graden en de cv gaat onmiddellijk weer uit. Het weer knapt daarna weer razendsnel op tot een paar wolkenloze warme dagen.

Na 2 dagen Kamien varen we terug naar Trzebiez, waar we diesel tanken en de masten naar beneden doen. Dat is snel opgeschreven, maar het is een klus waar ik zo'n 3 uur mee bezig ben. Na afloop heb ik de hoogte teruggebracht tot 3.85 m, laag genoeg voor de laagste bruggen in Sczcecin en Berlijn.

Van Trzebiez varen we de Oder op langs Sczcecin en dezelfde dag Polen al weer uit en Duitsland weer in; naar Gartz, een klein plaatsje aan de Oder. In de DDR tijd erg verkommerd en sinds 1945 zonder brug naar de overkant. De brug is nog altijd niet hersteld, maar de plaats is voor een aanzienlijk deel weer opgeknapt. Een zwaar onweer maakt een eind aan een paar hete en benauwde dagen. Maar ook daarna blijft het weer heel redelijk. Uit nederland horen we allerlei afschuwelijke verhalen over overstromingen.

Van de Oder varen we bij Hohensaaten de Havel-Oder-Wasserstrasse op. Een mooi kanaal dat voor de 2e Wereldoorlog hoorde tot de Grose Berlin-Stettin Wasserstrasse. In de DDR tijd zwaar verwaarloosd en nu weer in opkomst. Het aantal Poolse duwcombinaties dat kolen naar Berlijn brengt neemt snel toe. Dit wordt helemaal geschikt gemaakt voor de grote Europese scheepsmaat van 110 x 11.5 m. Ook het Schiffshebewerk in Niederfinow zal door een nieu, groter worden vervangen. We maken een stop in Oderberg waar we 's-avonds laat op een terras eten. Dan gaan we het merengebied noord van Berlijn in. We wilden eigenlijk in 8 dagen heen en terug naar Mritz, maar we zijn te lang in de Duitse en Poolse Boddengewsser gebleven en onze afspraak in Berlijn wacht op ons. We varen in 2 dagen naar Liebenwalde en Zehdenick. Dit is voor ons weer een heel nieuw vaargebied. Erg mooi, maar ook wel erg toeristisch en druk met kleine bootjes. Voor ons niet echt helemaal weggelegd, dus is het ook niet zo erg dat we er niet verder in kunnen.

Op weg naar Berlijn maken we dan nog een stop in de eeuwenoude herberg aan de Havel: "Zum weissen Schwan". We eten en ontbijten er eenvoudig, maar heel lekker. Van daar naar Spandau, waar we na de onlangs totaal nieuwgebouwde sluis een ligplaats vinden. Spandau. We bekijken de citadel en de mooie Altstad, waar we zo waar een Nederlandse krant vinden voor het eerst sinds een paar weken. Donderdag 24 augustus klokke 11 uur staan Werner en Manfred (van de Prsmann in Duisburg-Ruhrort) Ahrens op de kade om ons de stad in te loodsen. Ik ben blij dat Werner de marifoon bedient want het is niet gemakkelijk de hektiek de baas te blijven en tegelijk te verstaan wat er allemaal in het Berlijnse scheeps-taaltje wordt gezegd. Vergeleken met vorig jaar is het nog een stuk lastiger geworden door de afbraak van het Palast der Republik met bijbehorende Baustelle min of meer in de Spree. We zijn blij als we om 14 uur in de Historischer Hafen van Berlijn liggen.

Dit is het einde van de vijfde etappe. Een lange haal van Stockholm naar Berlijn. Vrijwel de hele tijd prachtig weer, behalve de laatste paar dagen in Berlijn. Hier blijven we 2 weken liggen. Van hier gaan wij een paar dagen terug naar Belgi en Nederland voor de Familiedag.

De route