Donau Tour - Etappe 1

Tholen - Delfzijl

Vanaf 3 april is onze voorjaarsreis begonnen. De inleidende 2 etappe's van de Donautoer. Via kanalen en rivieren varen we in anderhalve dag naar het IJsselmeer. Dat varen we in 1 dag over van zuid naar noord met een stop van een uurtje in Enkhuizen.

Vrijdag 6 april varen we het kleine stukje naar Harlingen. Marloes, Ayolt, Martje, Jan Anne en Tjaart komen langs. Jan Anne blijft slapen. Zij gaan zaterdagochtend verder naar Loppersum.

Rolph en Jacobien komen voor het Paasweekend aan boord. We bezoeken Vlieland en Terschelling. Het weer is voor Pasen heel redelijk. Wel een beetje winderig zodat de vaart van Vlieland naar Terschelling wat knobbelig is.

Paasmaandag varen we terug naar Harlingen vanwaar Rolph en Jacobien weer terug naar huis gaan.

De volgende dag is het wasdag. Alles verloopt prima. Na afloop constateer ik echter dat ik vergeten ben de afsluiter open te doen en dat de 150 liter zeepwater dus niet naar buiten is gepompt, maar in het schip. De eerste 100 liter pomp ik met de lenspomp in 2 minuten weg, maar met de resterende 50 liter zijn Geeske en ik nog een paar uur bezig en ook de volgende dagen nog. In ieder geval is de bilge nu goed gesopt!!

Na afloop van dit debacle maken we nog een mooie vaartocht naar Texel, Oude Schild. En een dag later naar Wieringen, den Oever. Daar horen we weer verhalen uit de oude doos over Kaat.

Donderdag 12 april varen we in een lange haal van 11 uur van den Oever naar Ameland. Over zee langs Texel en Vlieland, daarna over het wantij Oosterom en Blauwe Balg (zuid van Terschelling). Het is doodtij en hoge barometerstand, dus erg weinig water op het wantij. Oosterom schuiven we met hoog water een paar honderd meter over de bodem; Blauwe Balg staat er zo'n 20 cm meer water. Om 19 uur liggen we in de haven van Ameland en gaan doodmoe vroeg naar bed. Vrijdag hebben we een rustdag en fietsen wat rond. We zitten in het heerlijke voorjaarszonnetje bij 18 grC. Ongekend op de Wadden in April.

Omdat met doodtij en Oostenwind het wantij achter Ameland (Zuider Spruit) te ondiep is voor Kaat, gaan we zaterdag 14 april over zee verder naar het Oosten. We willen eigenlijk naar Borkum, maar met de stevige Oost 4-5 is de zee ons te onrustig. Halverwege besluiten we daarom naar Lauwersoog te gaan. We hebben er een rustige avond met diner in het Restaurant aan de haven met fabelachtig uitzicht over de Waddenzee.

Als we de volgende dag met veel rustiger zee naar Borkum varen, zien we rondom aan de horizon fata morgana's. Ik had er over gelezen, maar nog nooit zelf gezien. Het is alsof je overal aan de horizon snel wisselende tropische eilanden ziet met uitnodigende palmstranden. De voorbij varende zeeschepen zijn een soort kastelen. In Borkum lassen we een klusdag in.

Van Borkum naar Juist; een heel smal (500 meter) en langgerekt eiland. We wandelen er rond en drinken thee op het terras van het Kurhaus, een statig wit pand uit andere tijden.

Dinsdag 17 april varen we van Juist naar Greetsiel. Het is nog steeds prachtig weer. Wel fris, maar veel zon en niet te veel wind. Greetsiel is het schilderachtige vissersplaatsje, slechts een paar uur varen van Delfzijl.

Als we de volgende dag naar Delfzijl varen is het opeens heel ander weer: NW 6 en zwaar bewolkt. De "paar uur varen" vanaf Greetsiel worden er een paar die ons zullen heugen. Eerst zijn we nog beschut tussen de ondiepe wadden, maar naarmate we meer op de open Ems komen worden de golven hoger. Het zoute zeewater spuit huizenhoog over Kaat. Op een slecht moment waait de opbergbak van de fietsen open. Gelukkig alleen vervormd en niet kapot. Geeske ziet kans de deksel vast te krijgen, terwijl het schip zwaar stampt en slingert. Maar met iedere windvlaag waait de deksel nog een paar cm open en komt er een striem zout water in de bak.

Als we meer in de richting van Delfzijl komen wordt de Ems geleidelijk wat rustiger en komen we weer wat tot rust. We komen nog een Duitse onderzeer tegen.

In Delfzijl vinden we een ligplaats aan de drijvende steiger. Het eerste dat we doen is de fietsenopbergbak leegmaken en alles met zoet water spoelen. 's-Avonds eten we bij Ineke en Jan Enne Kloosterboer.

Volgende dag wordt het schip schoongemaakt en opgeruimd. Met taxi en trein vertrekken we naar Tholen en vandaar met de auto naar huis. Kaat blijft een tijdje in Delfzijl liggen, terwijl ik voor een advies-klus naar Amerika ga.

Delfzijl - Tholen

Na een bijzonder hectische week in Amerika, zijn we dinsdag 1 mei weer aan boord. We varen die avond nog naar Groningen. De volgende ochtend met de eerste draai de stad Groningen in 2 uur doorgevaren en daarna het Reitdiep; Lauwersmeer, Dokkumer Grootdiep en Dokkumer Ee. In Wyns overnachten we op de plaats van een schip van kennissen die we ooit in Denemarken ontmoetten en eten in het plaatselijk restaurant.

Van Wyns varen we in ruim een uur door Leeuwarden en dan door het van Harinxma kanaal naar Harlingen. Op de waddenzee zit de stroom lekker mee, de sluis gaat snel en op het IJsselmeer varen we weer verder met een stevige wind mee. In Enkhuizen hebben we genoeg van het varen en vinden we een plaats voor de nacht.

Volgende dag "scheuren" we weer verder: IJsselmeer naar Amsterdam, Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek tot Schoonhoven.

Van Schoonhoven varen we de Lek verder en dan Noord, Oude Maas, Dordtsche Kil, Hollands Diep, Volkerak en Rijn-Schelde Kanaal naar Tholen.

350 km, 9 sluizen en x-tig bruggen, 42 vaaruren in 4 dagen is niet echt ontspannend. Maar het al weer prachtige weer en alle brug- en sluiswachters hielpen mee.

In de komende 6 weken moet Kaat nog "even" helemaal opnieuw in de verf en hopelijk ook nog een nieuwe uitlaat, voor we 25 juni kunnen vertrekken voor de reis naar de Donau.

De route