2010 Verrassings Toer - Etappe 1

Tholen - Tholen

In 2010 gaan we niet zo ver weg en we weten ook nog niet precies waar we heen gaan. Dit wordt ons vaargebied: we beginnen in BelgiŽ en Noord Frankrijk en daarna zien we wel.

Vaargebied 2010

Zondag 30 Mei begint de Verrassingstoer. De masten zijn al naar beneden en om 12 uur vertrekken we naar Antwerpen. We krijgen er in het Willemdok een mooie ligplaats voor het havenkantoor met op de achtergrond het nieuwe Museum Aan de Stroom.

Kaat voor het MAS in Antwerpen

we blijven hier 4 dagen liggen en toeristen wat door de stad. Ook gaan we met de trein op en neer naar Hasselt.

Ik doe de laatste noodzakelijke dingen om van Kaat een kanalenboot te maken: antennebeugel naar beneden en de schijnwerper weghalen. Ook monteer ik de zonnetent want het gaat mooi weer worden.

Donderdag 3 juni varen we verder en de verrassing van de dag is dat het tij op de Westerschelde zo ongunstig is dat zowel stroomop als stroomaf erg onaantrekkelijk is. Daarom varen we terug door de Antwerpse haven, door de Bergsediepsluis en via Oosterschelde en Kanaal door Zuid Beveland naar Hansweert.

Volgende dag bij Hansweert de Westerschelde af en met gierende stroom mee naar Terneuzen. Verrassing van de dag: mijn kaart is te oud en daardoor moeten we een stuk omvaren tegen de stroom.

Het Kanaal van Terneuzen naar Gent is druk en een beetje saai door grote industriegebieden van Terneuzen Zelzate en Gent. En dan opeens zijn de havens afgelopen en vaar je via piepkleine kanaaltjes de stad Gent in. Het contrast kon niet groter zijn. We vinden een prachtige ligplaats op een heel gezellige plaats in de vrij nieuwe Portus Ganda vlak bij het centrum van de stad.

Portus Ganda in Gent

Inderdaad heel gezellig vindt iedere jonge Gentenaar bij dit prachtige weer. Tot diep in de nacht blijft het "gezellig". Dus verkassen we de volgende dag naar een rustiger plaatsje in dezelfde haven.

We lopen rond door de stad en genieten van het heerlijke weer. Glaasje rosť op het achterdek onder de zonnetent. God heeft ook Gent niet overgeslagen.

Met een glaasje rosť onder de zonnetent

Wat een hitte in Gent

Als we Zondag 6 juni verder varen is het geheel ander weer: somber, grijs en regen. We varen door het Kanaal van Gent naar Brugge.

Het ontstaan van dit kanaal gaat terug tot het begin van de 14e eeuw. In die tijd was het Zwin aan het verzanden, waardoor Brugge geen verbinding meer met zee had. De Bruggenaren begonnen toen een kanaal te graven richting Gent. Dit werd door de Gentenaren gedoogd totdat de Bruggenaren werkelijk een verbinding met de Gentse Leie wilden gaan maken. In 1379 grepen de Gentenaren hard in omdat ze bang waren voor te veel concurrentie en voor een dreigend water tekort.

Daarna lag de kanaalbouw 2 eeuwen stil en pas tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd er verder gebouwd op initiatief van Gent. De Hollanders hadden toen namelijk de Westerschelde geblokkeerd en dus moest Gent naar een andere verbinding naar de Noordzee zoeken. Tussen 1613 en 1623 werd het kanaal van Gent naar Brugge afgemaakt en verder doorgegraven naar Oostende. Meer details kunt U googelen en in Wikipedia opzoeken.

 

Wij vinden een ligplaats in de Coupure in Brugge. Een prachtige haven vlakbij het centrum van de stad. Alleen is de haven wel erg smal, waardoor we er achteruit in moeten varen. Niet zo gemakkelijk, maar de havenmeester is allervriendelijkst en niemand mort als de fietsbrug over de ingang van de Coupure 10 minuten voor ons moet open blijven staan.

In de Coupure in Brugge

De Coupure werd door de stad gegraven van 1751-1753. Voor die tijd moest de scheepvaart van Oostende naar Gent door de kleine kanaaltjes dwars door het centrum van de stad. De schepen werden zo groot dat dat onmogelijk werd en dus werd er een afstekertje gemaakt. Dat daarvoor straten, huizen en een kloostertuin moesten verdwijnen was in die tijd geen probleem. Nu zou dat tot groot protest en jarenlange procedures leiden.

Geschiedenis van de Coupure

We blijven 4 dagen in Brugge liggen en zien veel van deze prachtige stad die Unesco wereld erfgoed is. Het weer houdt zich tot nu toe redelijk op een paar zware buien na. De voorspellingen voor de komende dagen zijn ronduit slecht.

4 dagen toerist in Brugge

En de verrassing van de week: Ik ontdek dat er in NW Frankrijk 2 voor ons cruciale sluizen gestremd zijn tot 22 juni. Dit zou me dus nooit gebeurd zijn bij de in alle vorige jaren gebruikelijke voorbereiding.

Joop en Claudette, jullie zouden trots op me zijn, want het telefoongesprek met de Franse sluiswachter ging gesmeerd! Maar ja, dat was dan ook het enige lichtpuntje. Eerst besluiten we dan maar terug te keren en een andere route door BelgiŽ te kiezen. Later bedenken we dat het toch de moeite is om door te varen. Maar wel veel langzamer dan gebruikelijk. We zullen dus 2 weken de tijd hebben om de ZW hoek van BelgiŽ en Nord Pas de Calais te bekijken. En we zullen geen tijd hebben om in Belgisch Limburg de Zuid Willemsvaart te varen. Dat stond wel op ons verlanglijstje, maar is nu voor een volgende keer.

Van Brugge varen we naar Oostende waar we een rustige ligplaats vinden in de binnenhaven. Opvallend is dat we overal even vriendelijk worden ontvangen en behandeld. We kennen natuurlijk de verhalen van de stugge Oost- en West-Vlamingen, maar wij merken er niets van. Bij sluizen en bruggen en in havens, overal worden we even voorkomend behandeld.

We brengen een dag door in winderig en fris Oostende en bezoeken Kursaal en Windsorhuis. En natuurlijk kopen we verse garnalen aan de haven.

Van Oostende terug naar Plassendale en van daar het Kanaal Plassendale-Duinkerken. Ook dit is een kanaal gebouwd in de 80-jarige oorlog. Dat er toen in dit gebied al zo veel bevaarbare kanalen zijn gemaakt komt omdat het hier zo plat als een dubbeltje is. Sluizen, waarvoor toen de techniek nog niet echt bestond, waren hier niet nodig. Nu zijn er wel een paar sluizen, maar alleen voor het waterbeheer van het achterland.

We liggen een nacht in Oudenburg. Ooit was hier een Romeins Castellum en nu een mooi museum over die tijd. We zien dat de Belgische kust toen een soort Waddenkust was.

De Belgische kust als Waddenzee in de Romeinse tijd

Zaterdag 12 juni varen we verder naar Nieuwpoort, waar we voor de sluis naar zee een ligplaats krijgen.

Na die sluis is er een gebied, de Ganzepoot genaamd, waar 6 riviertjes en kanalen in uitwateren naar zee. In het begin van de 1e Wereldoorlog is hier de IJzer onder water gezet waardoor het Duits-Belgische front bleef steken en de ZW hoek van BelgiŽ nooit bezet is. In dit gebied van de IJzer en verder ZO-lijk naar de Somme en Verdun is 4 jaar lang een loopgraven oorlog op de vierkante meter gevoerd met zo'n half miljoen doden.

De Ganzepoot in Nieuwpoort

Als we maandag verder willen varen naar Veurne is er weer een leuke verrassing: kanaal naar Veurne gestremd vanwege een olie vervuiling. We blijven gelukkig aan boord want na een paar uur komt een beamte op de fiets melden dat het kanaal zo weer open gaat en dat we op de marifoon zullen worden opgeroepen. Aldus geschiedde en we komen toch nog in Veurne.Mooie stad, die in de 2 wereldoorlogen relatief gespaard is gebleven.

Andrť en Wiessie komen even langs en we gaan met hen heerlijk uit eten.

Andrť en Wiessie komen naar Veurne

Onze buurman is het gras aan het maaien met een heggeschaar en is zo vriendelijk onze walstroomkabel ook mee te maaien. 15 m korter en ook de hele steiger zonder stroom. Hij belooft het op te gaan lossen, wij varen verder.

Het Belgische stuk van het kanaal is nog goed bevaarbaar, maar als we in Frankrijk zijn wordt het wel erg smal en erg ondiep. Er zijn 2 bruggen die open moeten. Bij de eerste is een zenuwachtige brugwachter. Het blijkt dat we net in dit stuk een geladen peniche tegen gaan komen. Dat is een klein vrachtschip dat in deze kanalen kan varen. Maar ze zijn hier erg zeldzaam geworden. Er is bijna geen geld meer mee te verdienen.

Dus net hier gaan we die ene die hier nog vaart ontmoeten. We moeten eerst een eind achteruit varen. Niet eenvoudig in zo'n ondiep kanaal met veel dwarswind. Het gaat gelukkig allemaal erg langzaam. Naast ons blijft hij steken in de blubber. Wij varen verder door de brug en dan kan de peniche ook weer verder.

Een peniche in het Canal de Furnes

In Duinkerken vinden we een mooie ligplaats in de binnenhaven. We bekijken de stad en ik ga naar het museum over de Operatie Dynamo, waarbij eind mei 1940 340000 Engelse en Franse soldaten, die door de Duitsers waren ingesloten, zijn teruggebracht naar Engeland. Daarbij werd de stad Duinkerken vrijwel geheel verwoest.

Kaat in de binnenhaven van Duinkerken

Van Duinkerken loopt een piepklein 8 km lang kanaaltje naar Bergues. Dit kanaal is bekend als het oudste kanaal van Frankrijk, uit de 11e eeuw. Het ziet er erg smal uit. Ik informeer bij de VNF (beheerder van de Franse kanalen) en die zeggen dat het kanaal officiŽel 1.3 m diep is, maar dat ik met onze diepgang van 1.4 m ook wel er door kan als ik goed in het midden blijf. Dat doen we keurig en het gaat dan ook heel goed. Vrijdag 18 juni liggen we in Bergues, een stadje in een fort van Vauban, de fortenmaker van Lodewijk XIV. Het fort bestaat nog steeds vrijwel geheel. Je kan helemaal rondwandelen over de vestingmuur.

Kaat in Vauban stad Bergues

Nog 4 dagen tot de sluis bij St Omer weer bediend wordt. We gaan daarvoor nog naar een andere Vauban stad: Gravelines.

Het weer blijft zeer matigjes. Veel NO wind en erg fris. Ik heb net de cv maar weer eens aangemaakt.

Midden in de nacht worden we opgeschrikt door de generator die aanslaat. Gisteren te kort de accu's opgeladen. Een aanleiding om alle 8 accu's eens te controleren en bij te vullen.

Zaterdag 19 juni willen we naar Gravelines varen. Maar: Verrassing... dat kanaal wordt in het weekend niet bediend. Dus door het piepkleine Canal de Bourbourg. We kunnen er alleen stapvoets varen.

 Ook dit is een heel oud kanaal gegraven tijdens de 80 jarige oorlog. Dat hier al zo vroeg zo veel kanalen gemaakt konden worden komt omdat er in het vlakke land achter de kust weinig sluizen nodig waren. De techniek om sluizen te maken met een verval dan meer dan een halve meter werd pas 100 jaar ontwikkeld.

Canal de Bourbourg is erg smal en ondiep

We overnachten in het plaatsje Boubourg met een prachtige aanlegsteiger precies groot genoeg voor ons. De volgende dag varen we het gekanalisserde riviertje de Aa. Bij de "wereldstad" Watten komen we in het Canal de Grand Gabarit, oftewel het kanaal voor de grote schepen. Tot 110m, het moderne Europa schip kan hier varen.

Wij overnachten in het haventje van Watten. Op afstand ziet het dorp er mooi uit, maar als we er naar toe fietsen om een restaurant te zoeken, blijkt het een droevig en leeg oord, vooral op zondagmiddag niets te beleven.

Watten lijkt prachtig

Maandag is wasdag, maar we hebben niet zo veel water meer. Dus varen we een klein stukje terug naar sluis Watten waar we water kunnen tanken. Leuke ervaring: er komt nog een jacht van de andere kant, dus worden we even op en neer geschut. Als de tank vol is varen we achteruit de sluis uit.

Dan kan de generator aan en doen we de wekelijkse was en poets.

We varen intussen verder naar Arques bij St Omer, waar de sluis al 2 weken is gestremd. De oorzaak van onze langzame en leerzame tocht door de Zuidwesthoek.

We keren het schip om meer profijt van de zon te hebben. Langzaam maar zeker wordt het warmer weer. De cv hoeft nu niet meer aan. En dus hoeft niet steeds de schoorsteen er 's-avonds op voor de cv en er 's-ochtends weer af voor de lage bruggen. Daar moet je natuurlijk wel aan denken.

De gestremde sluis bij St Omer

Arques ligt nog aan het Canal de l'Aa. 20 km verderop ligt de (ook gekanaliseerde) rivier de Lys (Leie in BelgiŽ). Lodewijk de XIV wilde al een kanaal aanleggen tussen deze 2 rivieren, en Vauban (al weer!!) gaf in 1680 al het tracť voor het kanaal aan, maar het duurde tot 1780 voor het verbindingskanaal Neuffossť ook gerealiseerd kan worden.Een hoogteverschil van 13 meter moest worden overbrugd. Dat werd in 1780 gedaan met een trap van 5 sluizen van 32 x 5.2 meter. Die heeft gefunctioneerd tot 1887. Toen was de scheepslift Fontinettes klaar met de afmetingen 39 x 5.2 meter.; Op bijgaande foto van een foto is te zien hoe de lift lag in 1887 ten opzichte van de oude sluizentrap.

De lift heeft gefunctioneerd tot 1967. Toen kwam er een sluis van 144 x 12 meter op de plaats van de oude sluizentrap. Daardoor is er helaas van die sluizen uit 1780 niets meer te zien. 

Scheepslift Fontinettes naast de voormalige 5 trapssluis uit 1780

Wij gaan met de fiets de voormalige scheepslift bekijken. Heel aardig. Alleen is het geheel ernstig verwaarloosd, zo erg zelfs dat er hele delen zijn afgesloten voor bezoek omdat er instorting dreigt.

Even een stukje over de afmetingen van de sluizen in Frankrijk:

Vůůr 1800 was er geen gestandaardiseerde maat. Rond 1820 werd Meneer Becquey minister van Transport. Een interessante man, want hij was sterk koningsgezind en onsnapte toch aan de guilotine tijdens de Franse Revolutie. Hij liet tijdens zijn minister-periode veel nieuwe kanalen maken met sluizen van de afmeting 32 x 5.2 meter.Heel groot voor die tijd.

60 jaar later werd Meneer Freycinet minister van Transport. Klik hier om  te lezen wat ik er in 2008 over schreef . Hij breidde het Franse kanalennet verder uit en liet de oudere kanalen brengen op "zijn" nieuwe maat 39 x 5.2 meter. Als je kijkt naar wat er toen al in Duitsland gebeurde, waar sluizen met afmetingen 80 x 12 meter werden ontworpen, een ernstig gemiste kans, waar het scheepvaartverkeer in Frankrijk nog altijd onder lijdt.

Terug naar onze reis: Woensdag 23 juni kunnen we eindelijk door de 2 gestremde sluizen. We maken een lange dag en komen in Courcelles.  Volgende ochtend haal ik een stokbrood en een Figaro en gaan we vol goede moed op weg.

Verrassing 1: De rivier de Scarpe , waar ik vanaf Douai door wil varen naar BelgiŽ, is al 4 jaar afgesloten en zal wel nooit meer opengaan. Tja, dat is jammer, dus gaan we verder over het grote vaarwater en willen vandaag naar Valenciennes of zoiets..
Maar Verrassing 2: een nationale staking voor het behoud van de pensioenleeftijd liggen alle sluizen van Frankrijk plat. Dus we varen geen 70 km, maar slechts 10. We zien wel Douai uitgebreid. Een mooie oude stad met een Belfort  En natuurlijk in de 1e en de 2e Wereldoorlog zware verwoestingen.

De volgende ochtend liggen er zeker 35 schepen voor de sluis van Douai te wachten, maar als wij om 8.30 uur opvaren is de helft al weg en wij kunnen zo maar in de sluis een leeg plaatsje opvullen. Dat is geluk hebben. Daardoor varen we vrijdag 25 juni een heel eind tot Mortagne Nord, vlak bij de Frans/Belgische grens.

We hebben weer een lange scheepsraad, want het wordt behoorlijk krap om te doen wat we nog willen: Canal du Centre en de Belgische en Nederlandse Maas. We besluiten het toch te proberen en gaan vroeg slapen. Zaterdag 26 juni varen we vroeg weg en gaan de Belgisch Franse grens over en direct het Canal Peronnes in, op weg naar het Canal du Centre en de scheepslift Strepy-Thieu.

En weer  een echte leuke Verrassing: Stremming bij een van de volgende sluizen tot maandag. Dat doet de deur dicht. Nu kunnen we niet meer naar de Maas en gaan we een veel kortere weg we de Boven Schelde af.

In Tournai vinden we Zaterdag 26 juni een mooie aanlegplaats midden in de stad. Alleen erg onrustig omdat er veel grote schepen langs varen.  Via marifoon geregeld ťťnrichting verkeer door een paar zeer nauwe bruggen en zelfs een oude poort. Het is eigenlijk niet te geloven dat hier 110 m schepen doorvaren.

In Tournai tussen de grote schepen

Heel smalle doorvaart door Tournai

De Boven-Schelde van de Franse grens tot Gent blijkt een prachtige rivier met veel bomen aan weerskanten. Enige nadeel is dat er vrij grote stukken zijn vrijgegeven voor snel varen. Water skiŽn en waterscooters. Veel lawaai en golven; en goed oppassen want ze varen er maar op los. Maar ja, het is nu ook zulk mooi weer, al dagen lang en vandaag 30 graden en meer.

Zondag avond 27 juni vinden we een mooie ligplaats in een kleine jachthaven in Merelbeke. Heel vriendelijk en gastvrij. We mogen vastmaken langs 2 kleinere motorboten en het terras in de schaduw biedt koude pinten en spagetti Bolognese. Wat wil een mens meer op zo'n avond.

Al die verrassingen hebben ons eerste deel aanzienlijk ingekort, maar wat doet het er toe. We varen en het is mooi weer en ook hier zien we veel mooie dingen.

Vanaf Merelbeke zijn er 2 mogelijkheden naar Tholen te varen: De Zeeschelde af naar Hansweert, of het Kanaal van Gent naar Terneuzen en dan de Zeeschelde op naar Hansweert. De 2e mogelijkheid heeft deze keer de voorkeur vanwege het tij op de Schelde. Het bespaart ons 2 dagen vroeg opstaan, waar we niet zo van houden. Dus staan we Maandag 28 juni laat op en varen dwars door de stad Gent. Een leuk tripje waar we door de heel oude en heel kleine handbediende Oosterpoortsluis gaan.

Daarna door het Kanaal van Gent naar Terneuzen naar Sas van Gent. Dit kanaal is al aangelegd in 1547 als de Sassevaart van Gent naar de Braakman. Het bood Gent een route naar zee.

Dit kanaal is verschillende malen verbreed en verdiept en nu varen er zeeschepen naar de haven van Gent. 

Kanaal van Gent naar Terneuzen

Dinsdag 29 juni varen we van Sas van Gent naar de thuishaven, Tholen. We passeren daarbij 2 sluizen die afgeladen vol zijn waardoor het schutten lang duurt.

De volgende dag breekt de voormast bij het overeind zetten. Gelukkig knikt hij alleen een eindje voorover en blijft staan. Daardoor geen gewonden. Dat is echt een geluk want een stuk mast dat naar beneden komt is levensgevaarlijk.

Een knik in de mast

Een breuk in het midden van de mast

De zelfde avond wordt met de kraan van adri Pijnen de mast er afgehaald. Eerst een strop onder het raatje om hem te fixeren, dan een paar touwen er omheen. Op die manier kan hij als 1 geheel zonder te breken er afgehaald worden en op de grond gelegd. De actie is perfect door Adri voorbereid en verloopt vlekkeloos.

Met de kraan gaat de gebroken mast er af

De volgende dag zet ik de achtermast overeind. Zonder de voormast om de achtermast mee op te trekken is dat een lastige klus en Adri helpt weer met zijn kraan. We zijn nu klaar voor de rest van de Toer, die we zullen voortzetten zonder voormast.

Eerst gaan we nog 2 keer naar Hasselt om daar het een en ander te regelen. Het is er warm en klef en we gaan zo snel mogelijk weer terug naar de boot.

Het weer is nu al vanaf 21 juni (St Omer) absoluut schitterend met veel zon, vrijwel geen regen en hoge temperaturen, soms een beetje te hoog vinden we.

Klaar voor de rest van de Toer, maar zonder voormast

Dit is dan het einde van de eerste etappe. Veel kleiner dan we gepland hadden door verrassingen als stremmingen en stakingen. En op het laatst de echt vervelende verrassing van een gebroken mast.

Het V-woord is vanaf nu taboe!

Etappe 1, serieus ingekort door de vele verrassingen