2010 Verrassings Toer - Etappe 4

Nyköbing – Tholen

Maandag 30 Augustus nemen we op grond van alle voorliggende weerberichten voor de komende dagen, het besluit niet over de Noordzee terug te varen, maar over de Oostzee. Dat is ongeveer 4 dagen meer varen, maar om op de Noordzee rustig weer te hebben moeten we mistens nog 4 dagen wachten.

Noordhaven van Nyköbing

Daarom varen we van Nyköbing in 4 uur terug naar Lögstör. Prachtig weer, maar wel een stevige NO 5. Het hele schip, net met zoet water afgespoeld, wordt weer zout. De volgende dag van Lögstör naar Hals aan de uitgang van de Limfjord.

Woensdag 1 september varen we de Limfjord uit. Het is schitterend weer. Een zachte NW wind die later wat variabel van richting wordt en wat toeneemt. Felle zon en het wordt 24 grC. Een prachtige tocht door het Kattegat, waarbij we vooral het eerste stuk als we voor de wind varen, heerlijk van de zon en warmte kunnen genieten.

Na 10 uur varen komen we in het voor ons totaal onbekende vakantieoord Öer. We zouden er nooit naar toe zijn gegaan als de ligging voor ons niet zo goed was uitgekomen. Precies op de goede afstand en je hoeft er nauwelijks voor om te varen.En om in die haven te komen moet je door de enige schutsluis van Denemarken! Dus dat hebben we nu ook weer gedaan.

De enige schut-sluis in Denemarken

Het weer in de dagen er na blijft fantastisch. Met een NO4 achter scheuren we door de Kleine Belt, maken een overnachting op het eilandje Bagö en gaan verder naar de Kieler Bucht. Met zicht op de Leuchtturm Kiel nemen we afscheid van de Oostzee.

Afscheid van de Oostzee bij de Leuchtturm Kiel

Dezelfde avond gaan we nog door de in 1896 gebouwde sluis in het Nord- Ostseekanal in Holtenau. We varen zelfs nog door naar de Borgstefter See vlak bij Rendsburg. 75 mijl in 12 uur was wel een beetje heftig.

In de sluis Holtenau

Zaterdag 4 september varen we van Rendsburg naar Cuxhaven. Al weer prachtig weer met weinig wind zodat we op de Elbe van de zon genieten.

De volgende dag maken we gebruik van voorlopig de laatste dag weinig wind door van Cuxhaven naar Wangerooge te varen. We genieten al weer van een vrij rustige Elbe en Duitse Bocht. Maar.... het venijn zit in de staart:

Bij het op zee aanlopen van de geul naar Wangerooge lopen we vast. We proberen van alles om los te komen, maar de stroom zet ons steeds weer op de ondiepte. Geen prettige situatie want zelfs bij dit mooie weer en een matige O4 is er op de ondiepte een vervelende branding, die ons steeds weer optilt en met een harde klap op het harde zand doet bonken. Geeske laat het anker zakken, wat onder deze omstandigheden niet leuk is. Het schip gaat als een gek te keer. Het is gelukkig opkomend water zodat we na een half uurtje vlot komen en niet meer steeds op het zand stoten. We wachten nog een uurtje af waarbij we als een gek blijven slingeren. Daarna haalt Geeske het anker weer binnen (weer verre van leuk) en varen we probleemloos naar binnen. Achteraf blijkt de rode ton waar we vast liepen zo'n 50 m te veel naar het Oosten te liggen. Ik had het kunnen weten, want er liep branding tot in de geul. Maar ja, zo vaak varen we hier niet.

Als we een beetje trillend in de haven van Wangerooge liggen praten we na over de afgelopen dagen: ruim 300 mijl in 5 dagen met een avontuur in de Wangerooge vaargeul dat heel vervelend had kunnen aflopen. Als het water niet opkomend, maar afgaand was of als er wat meer wind en golven waren geweest, hadden we onmiddellijk een noodoproep moeten doen.

Als Kaat niet zo oerdegelijk gebouwd was, zou er grote schade zijn door het stoten op het zand. Nu was er geen acuut gevaar en hebben we het zelf kunnen oplossen.

In de haven van Wangerooge

In Wangerooge hebben we nog 2 dagen heel zonnig weer, maar wel met veel wind. We hebben dus niet voor niets zo gehaast vanaf de Limfjord.

In de boeken hebben we een oude haven ontdekt die we nog niet kennen: Carolinensiel. Het is een "Sielhafen", gebouwd in 1729 en gerestaureerd in 1986. Er mogen alleen historische schepen komen en dat lijkt ons geknipt voor Kaat Mossel.

Museumhaven in Carolinensiel

Dinsdag 7 september willen we er naar toe varen vanuit Wangerooge, maar het waait zo hard (ZO 6-7) dat we lang aarzelen. We hebben geen zin in weer zo'n avontuur als in de geul naar Wangerooge. We vragen advies aan de schipper van een viskotter en die zegt dat het best kan met ons schip en geeft nog wat aanwijzingen. En dus gaan we er naar toe. Een beetje ruige tocht, maar eigenlijk valt het wel mee. Eerst naar Harlesiel (waar de veerboten naar Wangerooge vertrekken), daar door een sluisje waar we eigenlijk net iets te lang voor zijn, dus bij het uitvaren gaat eerst 1 deur open, dan moeten we de punt van het schip naar de andere kant duwen en dan kan de andere deur pas weer open. Dan door een klein riviertje , de Harle en dan kom je in een prachtige haven met alleen historische schepen. We vinden er een goede ligplaats, waar we niets voor hoeven te betalen. Een schenking aan de vereniging wordt uiteraard op prijs gesteld.

Kaat in Carolinensiel

Woensdag 8 september willen we eigenlijk verder, maar het waait nog een beetje harder, dus besluiten we een dag extra hier te blijven. Niet alleen waait het erg hard, maar ook is het nog steeds uit het Oosten en dat betekent een aanzienlijke verlaging van de waterstand. We zijn daarom niet helemaal zeker of we wel over het Wattfahrwasser naar het volgende eiland Spiekeroog toe zouden kunnen.

We gebruiken die extra dag om het Deutsche Sielmuseum te bekijken en ons nog wat te verdiepen in de geschiedenis van dit gebied. Rond 1500 was de Harlebucht een baai die diep het land inging. Vanaf die periode is men begonnen land aan te winnen, steeds in kleine stukjes. Telkens werd er, waar de rivier de Harle door de nieuwe dijk ging, een uitwateringssluis aangelegd met bijbehorende haven, een "Siel", in het Nederlands een "Zijl". Zo ontstonden successievelijk Altfunnixsiel, Neufunnixsiel en Carolinensiel. Na de stormvloed van 1953 werd nog wat verder naar zee een nieuwe dijk aangelegd met Harlesiel als tot nu toe laatste Sielhafen. Carolinensiel raakte in verval tot de restauratie in 1986.

Landaanwinning in de Harlebucht

Één van de twee avonden gaan we uit eten in het restaurant met de originele naam Hafenblick. Het is er uitstekend en ze kunnen zelfs onze naam goed spellen.

Diner in Carolinensiel

Donderdag 9 september is de wind weer wat gematigd met redelijke voorspellingen voor de komende dagen. We vertrekken uit Carolinensiel en varen naar Baltrum. Dat betekent 3 wantij's en dat we dat halen is een klein wondertje want er is nog steeds een behoorlijke verlaging door de oostenwind en het laatste wantij is het ondiepst.

We komen dus in Baltrum en ontmoeten er Udo en Helene Bengen. Zij hebben een aantal vakantiehuizen op Baltrum (Klik hier om er meer over te lezen) en hebben veel interesse in Kaat. We hebben een heel gezellige avond met ze en ook de volgende ochtend komt Udo nog even Kaat bekijken.

Van Baltrum varen met een stop in Norderney naar de Leybucht. We willen deze keer niet naar het mooie plaatsje Greetsiel waar we al een paar keer eerder waren. Maar we willen door een nieuw gegraven kanaal naar de oude Leybuchtsiel en daarna verder door het Nordtief naar Norden, de oudste plaats in Ostfriesland. Het Nordtief is een riviertje dat erg lijkt op het Reitdiep.

De oude Leybuchtsluis op weg naar Norden

Dat gaat allemaal prima, maar Norden valt een beetje tegen. Veel te kleine haven voor ons en bovendien is de haven geheel geisoleerd van het aardige stadje.

Piepkleine haven in Norden

Zondag 12 september varen we van Norden naar Delfzijl waar we met Jan Enne en Ineke dineren in het Emshotel. Hier aten we voor het laatst op onze huwelijksreis in 1968!

Van Delfzijl door de stad Groningen en door het Reitdiep. We zagen er een reeën familie die absoluut niet schuw was. Heel mooi om de jonge reetjes zo uit de oever-begroeing te zien komen.

Reeën-familie in het Reitdiep

We hebben nu echt haast om thuis te komen en varen een paar lange dagen: Zoutkamp, Harlingen (al weer ZW 7-8 waardoor we er een extra dag liggen), Durgerdam, Streefkerk.

Zaterdag 18 september zijn we terug in Tholen.

De toer 2010

Dit is het einde van de Verrassingstoer, die ons een aantal niet zo aangename verrassingen bracht, maar ook heel veel mooie dingen in België/Frankrijk en in Noord Denemarken. De Limfjord was prachtig.

We zijn nu even thuis. Over 10 dagen ga ik weer varen naar Harlingen om een nieuwe mast te laten monteren.